Nieuws

1 NOVEMBER 2020
 
Merghelynck Museum opnieuw een Topstuk rijker

De minister van Cultuur heeft beslist om een zeer zeldzame tekening uit 1558 op te nemen in de Topstukkenlijst van de Vlaamse Gemeenschap. Dit is al de tweede keer dit jaar dat waardevolle collectiestukken van het Merghelynck Museum deze erkenning krijgen (zie bericht onder van 14/07/2020).

Het gaat om de anonieme tekening uit 1558, uitgevoerd met inkt op een groot vel perkament. Deze tekening is een getrouwe weergave van het praalgraf van hertogin Maria van Bourgondië, opgesteld in de Brugse Onze-Lieve-Vrouwekerk. Toen Filips II in 1558 opdracht gaf aan beeldhouwer Jacques Jonghelinck om als pendant een praalgraf op te richten voor hertog Karel de Stoute kreeg de kunstenaar deze tekening als model en geheugensteun. 

Deze zo goed als onuitgegeven tekening vervult aldus een bijzondere ijkwaarde in het ontstaan van het prestigieuze grafmonument van Karel de Stoute en heeft als modeltekening ook een grote waarde voor het collectieve geheugen. Dit topstuk werd ontdekt tijdens de inventarisatie van de inboedel van het Merghelynck Museum na het afsluiten van de erfpacht. Gezien de kwetsbaarheid werd het nog maar één keer getoond aan het publiek tijdens de tentoonstelling 'Memento Mori' van 2000.

De opname van dit waardevolle kunstwerk onderstreept eens te meer de belangrijkheid van de collecties bewaard door onze musea. Nog maar twee maanden geleden erkende de minister een grote tekening van Louis-Jean Desprez uit 1773 en een reeks van 22 tekeningen uit diezelfde periode als topstukken. Ook het In Flanders Fields Museum bezit en bewaart een aantal topstukken: de collectie Antony, de verzameling geborduurde meelzakken en het dagboek Van Walleghem.

21 oktober 2020
 
Herstelling van een bijzonder stuk, de autoclystère

In het cabinet de toilette van het Merghelynck Museum staan een merkwaardige meubel, de chaise percée. Dat is een eenvoudig model in hout met een bidetschaal in aardewerk. Het plaatsen van de doorboorde stoel in een 'apart' cabinet de toilette is een nieuw gebruik in de 18de eeuw. Daarvoor stonden de stoelen gewoon in de kamer, achter een gordijn. Naast de chaise percée staat de autoclystère of clysopompe. Deze klisteerspuit werd gebruikt bij constipatie, een veelvoorkomende kwaal bij de 18de-eeuwse elite die overvloedig tafelde en nauwelijks beweging had. De buis werd met olie en warm water gevuld. Door op de pin te zitten en te pompen kon men zichzelf bedienen. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat het cabinet de toilette soms chambre de misère of miseriekamer werd genoemd.

De klisteerspuit kon meegenomen worden op reis. Alle onderdelen, ook de pootjes, kunnen losgeschroefd worden en in het zitbankje opgeborgen. Daardoor is het wel zeer fragiel. Een op maat gemaakte sokkel zorgt vanaf nu voor een veilige ondersteuning. 

 
14 juli 2020 
 
Tekeningen Merghelynck Museum op Vlaamse Topstukkenlijst

De minister van Cultuur, Jan Jambon, besliste om een aantal tekeningen, behorend tot de collectie van het Merghelynck Museum, definitief op te nemen in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap of dus de ‘Topstukkenlijst’. Het gaat om kunstwerken uit de neoclassicistische periode: het einde van de 18de eeuw-begin van de 19de eeuw, hét verzamelgebied van dit museum.

22 grote landschapstekeningen

Het gaat enerzijds om een reeks van 22 grote tekeningen uit de 18de eeuw met zichten op Rome en omgeving, gemaakt door diverse kunstenaars zoals Joseph-Benoît Suvée, Jacques Valcke, Joseph-Barthélémy Le Bouteux of Louis Chaix.
Deze tekeningen werden verzameld door Ieperling Jacques Valcke. Als kunstenaar maakte hij zijn opleiding af met een zogenaamde “grand tour”, een lang studieverblijf in Italië om er de overvloed aan kunstwerken te bestuderen. In Rome vertoefde hij in de kringen van de pensionnaires of kostgangers van de Académie de France. De jonge kunstenaars werkten er nauw samen en beïnvloedden elkaar zowel op inhoudelijk als op stilistisch vlak. Tekeningen werden aan elkaar geschonken of met elkaar uitgewisseld.
De verzameling in Ieper is hiervan een sterk voorbeeld. Het gaat om landschapstekeningen met ruïnes van antieke gebouwen die een hoge artistieke waarde hebben, uitgevoerd met zwart en vooral roodbruin krijt. Dat laatste had de kleur van bloed en wordt daarom ook sanguine genoemd. Hoewel de bladen gemaakt zijn door jonge kunstenaars in opleiding, getuigen veel tekeningen van een groot tekentalent.
Bijzonder interessant is de aanwezigheid van enkele werken van de Franse kunstenaar Joseph-Barthélémy Le Bouteux, van wie de werken uiterst zeldzaam zijn.

Het Merghelynck Museum bezit tot op vandaag het grootste en meest representatieve ensemble van zijn landschapstekeningen. Arthur Merghelynck kon de tekeningen op het einde van de 19de eeuw aankopen en toevoegen tot de collectie.

 

 

18de eeuws topwerk van Despez

Anderzijds wordt nu ook de schitterende grote tekening uit 1773 van Louis-Jean Desprez opgenomen op de topstukkenlijst.
Deze tekening is een unicum in Vlaanderen en is zowel historisch als cultuurhistorisch van groot belang. In 1773 was Marie-Antoinette al ruim drie jaar gehuwd met de Franse kroonprins, de latere koning Lodewijk XVI. Ze verbleven al die tijd op het kasteel van Versailles en pas op 8 juni 1773 deed zij haar lang verwachte plechtige intrede in de stad Parijs. Op een meesterlijke wijze geeft Desprez het feestelijk moment weer waarop de kroonprinses en haar echtgenoot het volk groeten vanop het balkon van het paleis van de Tuilerieën.
De tekening heeft ook een bijzondere artistieke waarde. De imposante tuingevel van het paleis is op een virtuoze manier weergegeven, met een correcte weergave van perspectief. Dit paleis werd in 1871 in brand gestoken, de ruïnes werd in 1883 gesloopt waardoor deze grote tekening een belangrijke getuige is van een verdwenen paleis, dat zo nauw verbonden is met de geschiedenis van Frankrijk. Maar ook deze kunstwerken kenden, net zoals Ieper en het Merghelynck Museum, een bewogen geschiedenis.


Topstukken Merghelynck Museum vandaag


Pas toen de stad Ieper in 1994 het beheer van het Merghelynck Museum overnam van de Académie royale de Belgique, werd de reeks van 22 landschapstekeningen herontdekt! Voor het eerst sedert 1915 werden ze in 1996 gepresenteerd aan het publiek tijdens de tijdelijke tentoonstelling “Bloedmooi” in het Stedelijk Museum.
Het meesterwerk van Desprez bleef nog langer verborgen. De tekening was tijdens de eerste wereldoorlog te zien op een tentoonstelling in het Petit Palais in Parijs met erfgoed gered uit de Westhoek. Pas eind 2007 werd het werk herontdekt tijdens een verhuizing in de Parijse Bibliothèque nationale de France. Een notitie, aan de keerzijde van de tekening, vermeldt dat het werk op 17 mei 1918 in bewaring werd gegeven door baron Kervyn de Lettenhove. Op 8 april 2008 werd dit meesterwerk terug aan het Merghelynck Museum geschonken, honderd jaar na het overlijden van Arthur Merghelynck. En vandaag dus op de topstukkenlijst! Een mooie bekroning.

Schepen Dimitry Soenen: “Gezien het grote kunsthistorisch belang van deze kunstwerken is het goed dat deze werken op de topstukkenlijst komen en ze op deze manier extra beschermd worden. We zijn dan ook erg blij met de beslissing van Minister Jambon. De Ieperse Musea zijn hiermee trouwens niet aan hun proefstuk toe. Ook In Flanders Fields Museum bezit en bewaart een aantal topstukken: de collectie Antony, de verzameling geborduurde meelzakken en het dagboek Van Walleghem.”