Geschiedenis van de Collectie

Van privéverzameling naar publieke collectie

Bezieler van de collectie en de presentatie van het Merghelynck Museum is Arthur Merghelynck (1853- 1908). Zijn interesses zijn geschiedenis, oudheidkunde en genealogie. Doordat hij gefortuneerd is, kan hij zonder grenzen verzamelen en tijd investeren in opzoekingen. Zijn adellijke afkomst geeft hem toegang tot vele archieven en privécollecties. Hij was ook (onbezoldigd) stadsarchivaris van Ieper. Hij verdiept zich in de familiegeschiedenis, de geschiedenis van de Westhoek en de relatie tussen beide. Daarnaast heeft hij een grote fascinatie voor de 18de eeuw, de eeuw waarin zijn familie hoogdagen beleefde. Wooninrichting, architectuur, levensstijl, kunst en gebruiksvoorwerpen, kledij en hygiëne: hij onderzoekt en verzamelt het allemaal.

De familiegeschiedenis inspireert tot het collectioneren.

De familie Merghelynck bouwt in de middeleeuwen rijkdom op in de lakenhandel. In de vroege 16de eeuw verhuist deze familie net voor deze handel van het Noord-Franse Saint-George naar Ieper. De familie netwerkt in de stad en is al snel vertegenwoordigd in diverse ambachten en overheden. Naast de lakennijverheid is de familie ook actief als tinnegieters en bekleden familieleden diverse overheidsfuncties. In de 18de eeuw kent de familiegeschiedenis een hoogtepunt. Pater Familias Ferdinand Merghelynck wordt dan in de adelstand verheven en bouwt een nieuw herenhuis passend bij zijn nieuwe status in het centrum van Ieper, een zijstraat van de Rijselsestraat. Dit huis verdwijnt later uit het familiepatrimonium tot Arthur Merghelynck het in 1892 koopt. Hij bouwt dit pand om tot het Merghelynck Museum Daarnaast verwierf Arthur Merghelynck eerder al het Kasteel Beauvoorde, wat hij transformeerde tot zijn woonhuis. Dit kasteel is inmiddels ook uitgebouwd tot museum.

Hotel Museum Merghelynck

In 1894, twee jaar nadat hij het familiehuis in Ieper kan terugkopen, opent hij het pand als ‘Hotel-Museum’. Hij presenteert er zijn collectie als gesammtkunstwerk waarbij hij zijn eigen interpretatie brengt van het 18de -eeuws burgerleven in relatie tot het pand. Het is opmerkelijk dat Arthur Merghelynck dit meteen als museum inricht, openstelt voor het publiek en promoot. Het onderstreept zijn visie op verzamelen in functie van presenteren en delen met publiek. Bij de opening in 1894 publiceert hij een luxueus album Heybrouck in beperkte oplage (75 ex.) waarin hij de geschiedenis van het stadspaleis beschrijft met foto’s van de Ieperse fotograaf Hector Heybrouck. Deze foto’s tonen elke kamer van het Hotel-Museum en een uniek portret van Arthur Merghelynck. Het album is een belangrijke bron van kennis over de inrichting, presentatie en collectie van het Hotel-Museum zoals Arthur Merghelynck dit initieerde.

Diepe sporen van de Eerste Wereldoorlog

Bij de eerste aanvallen in 1914 wordt meteen actie ondernomen om een kwetsbaar deel van de collectie van het Merghelynck Museum in veiligheid te brengen. Huisbewaarder Gustave Verhaeghe neemt initiatief om een deel van de collectie onder te brengen in Langemark. Deze locatie komt later op de frontlinie te liggen en de stukken komen nooit meer terug.

Na een granaatinslag op de binnenkoer in 1915 wordt een grootschalige evacuatie van de collectie opgezet. Via Poperinge, Le Havre, en Le Touquet wordt de collectie tentoongesteld in de ‘Salle Flamande’ in het Petit Palais in Parijs. Kort na de verhuis van de collectie wordt het Hotel-Museum volledig vernield.

Na WOI verhuizen de collecties uit het Petit Palais terug naar de plaats van oorsprong. Doordat het Merghelynck Museum totaal verwoest is, reist de collectie aanvankelijk naar andere plaatsen. De kisten met de collectie reizen naar Brussel en vinden er achtereenvolgens onderdak in het Justitiepaleis, het Paleis der Academiën en vervolgens naar de kelders van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het Jubelpark.

Wederopbouw en heropening van het museum

In de jaren 1930 wordt met de restauratie van het verwoeste pand gestart. In de jaren 1950 krijgt de museumwerking opnieuw vorm. Er wordt een conservator aangesteld, de reconstructie van het gebouw wordt afgewerkt en de collectie die in de KMKG in Brussel bewaard wordt, verhuist terug naar Ieper.

Het museum wordt heringericht op basis van de foto’s die Arthur Merghelynck destijds liet maken. Een identieke reconstructie is niet mogelijk doordat collectiestukken verdwenen of beschadigd zijn. Gelijkaardige stukken worden opgespoord en verworven of in bruikleen genomen van andere musea of verzamelaars. Uitzonderlijk wordt een replica gemaakt op basis van de foto’s van originele verdwenen 18de -eeuwse stukken.

Op 10 juni 1956 heropent het museum de deuren, na een sluiting van meer dan 40 jaar (sinds 1914). Door de impact van WOI zien we vandaag een 20ste-eeuwse reconstructie van de 19de -eeuwse interpretatie van een 18de -eeuws burgerhuis. In 1983 wordt het pand erkend als monument. In 2015-2016 werd onder impuls van subsidie van Onroerend Erfgoed het pand gerestaureerd.